recensies: steppeland

 

 

klik hier voor grotere versie

Volkskrant: Mongolie wordt steeds leger
19 december 2003

Jan van der Putten

 

NRC Handelsblad: Kruisen in de Gobi
13 december 2003
Hendrik Spiering

 

Trouw: "Zud verwoest nomadenbestaan"
29 november 2003
Maghiel van Crevel

 

China Nu: Gastvrijheid zonder grenzen
2004
Wendy Jansen

 

Motief: Interview Tjalling Halbertsma
Recensie, December 2004

 

Prospekt: Mongoolse belevenissen

Recensie, Thema nummer Mongolië nr. 3 Juni 2004

Top


 

Volkskrant: Mongolië wordt steeds leger

19 december 2003

 

Jan van der Putten

 

Sommige plekken op de wereld zou je het liefst geheim willen houden, anders gaan ze voor je het weet teloor aan het toerisme. In Mongolië wemelt het van die plekken. Boeken die dat land openleggen, zouden dus eigenlijk verboden moeten worden.

Tjalling Halbertsma, de Nederlandse buitenlandadviseur van de premier van Mongolië, tevens jurist, antropoloog, cultureel ontdekkingsreiziger en schrijver, heeft zichzelf dat verbod niet opgelegd. Zijn Steppeland schildert een Mongolië waar iedereen die ontsnappen wil aan hokjes en regeltjes, aan voorspelbaarheid en routine, op stel en sprong heen zou willen – als het er acht maanden van het jaar niet zo verschrikkelijk koud zou zijn.

Tussen de westerse droom over het ruige oerleven in Mongolië en Halbertsma's voetsporen ter plekke liggen gelukkig flinke obstakels: enorme afstanden, belabberde verbindingen, wegen die die naam nauwelijks verdienen, gebrek aan hygiëne en comfort, en die afschuwelijke winterse omstandigheden. Voor de zekerheid heeft Halbertsma toch maar een paar persoons-en plaatsnamen veranderd.

Onder nomadenkoning Djengis Khan en zijn opvolgers groeide Mongolië uit tot het grootste rijk dat de wereld ooit gekend heeft. Het is nu de laatste herderseconomie op aarde. Maar voor hoe lang nog? Premier Enkhbayar vindt de nomadische economie in deze tijd van keiharde concurrentie te kwetsbaar. Over tien, vijftien jaar, vreest hij, is de nomadische levensstijl verdwenen. En daarmee zal het oude Mongolië, dat ooit het gebied tussen Krakau en Hanoi beheerste, zijn opgehouden te bestaan.

Neoliberalen hebben de oplossing. Mongolië, zeggen ze, verdient veel te weinig aan zijn kasjmier en zijn rugzaktoeristen. Om aantrekkelijk te worden voor kapitaalkrachtige bezoekers moet het land bezaaid raken met snelwegen, vliegvelden en hotels. Het is voor de romantici een prettige wetenschap dat voor zulke mega-investeringen geen geld is.

Mongolië ligt ingeklemd tussen Rusland en China, is bijna vijftig keer zo groot als Nederland, heeft slechts 2,6 miljoen inwoners en bezit schitterende landschappen van bergen, bossen en meren, en vooral onafzienbare steppen. Een geschiedenis van grandeur, misère en isolement. Na de geweldloze verdwijning van het communisme in 1990 is het de lieveling van NGO's, organisaties van vermeende of reële weldoeners.

Ze kunnen de crisis niet keren. Het lege Mongolië wordt steeds leger. Herders die het niet meer kunnen bolwerken, jongeren die zich vervelen, mensen die geloosd zijn door geprivatiseerde bedrijven, ex-arbeiders van fabrieken die zijn veranderd in ruïnes, allemaal trekken ze weg, vooral naar de pokdalige hoofdstad Ulaanbaatar. Voormalige herders zetten er massaal hun tenten op. Weldra zal de helft van de bevolking in de hoofdstad wonen. Westerlingen vinden het een saai groot dorp – totdat ze terugkomen uit het desolate binnenland.

Tegen de achtergrond van de dreigende ondergang van het oude Mongolië krijgen Halbertsma's expedities naar de binnenlanden al haast een nostalgisch karakter. De eerste hoofdstukken makende lezer vertrouwd met het land, zijn geschiedenis en de politieke situatie. Al vroeg werd Halbertsma (1969) gegrepen door de ontmoeting van of de schok tussen culturen. Eerder publiceerde hij De verloren lotuskruisen over zijn speurtocht in China naar sporen van het Nestoriaanse christendom, een oude ketterij die in Mongolië en China veel aanhangers kreeg.

In de winter van 1999 reisde hij vanuit Peking met de trein naar Ulaanbaatar om adviseur te worden van oppositievoorman Enkhbayar. Deze leider van de voormalige communistische partij – en vertaler van Dickens, Tolstoj en het Leven van Boeddha – heeft hem aangetrokken om te weten te komen hoe buitenlanders over Mongolië denken. Enkhbayar won in 2000 overdonderend de verkiezingen. Zijn adviseur kwam in de verste uithoeken van het land en vertelt daarover met enthousiasme. Meestal reisde hij samen met bijzondere figuren: een goudzoeker, 's lands hoogste boeddhistische geestelijke, een maffiose smokkelaar, een deskundige op het gebied van christelijke grafstenen, of de premier zelf.

In de steppen van de immense Gobi leert de auteur de gastvrijheid, de gebruiken en de problemen van de herders kennen. Hun ger (vilten tent) staat altijd open voor iedereen die voedsel of een bed nodig heeft. Halbertsma ontmoet een marmottenjager en de enige astronaut van het land, hij vergezelt een ruiter die op zijn arm een adelaar meevoert als jager, logeert bij een blijmoedige, berooide Amerikaanse ex-expert van NASA en diens Nederlandse vrouw en negen kinderen, die in the middle of nowhere zonder enig succes Gods woord verkondigen.

Met een andere gegrepen zendeling trekt hij naar het verre noorden. Daar, in onvoorstelbaar barre omstandigheden, overleeft het nomadische Rendiervolk, dat voor zijn bestaan geheel afhangt van die ene diersoort. Onder het communisme waren ze gedwongen op dezelfde plaats te leven. Nadat het communisme ten val kwam, trokken ze er met hun rendieren weer op uit.

Dieren zijn in het boek prominent aanwezig. Halbertsma ziet gieren die huizen in het karkas van een paard en spreekt met een vrouw die in een tent op een laag droge schapenmest werd geboren en een miskraam kreeg na een trap van een kameel. Steppeland is de kroniek van een samenleving die weldra niet meer zal bestaan.

 

Top


 

Trouw: ‘Zud verwoest nomadenbestaan

29 november 2003


Maghiel van Crevel


Vorig jaar verscheen van Tjalling Halbertsma 'De verloren lotuskruisen', over het wel en wee van de christelijke kerk van het Oosten in China. Halbertsma's nieuwe boek, 'Steppeland', gaat over Mongolië en is al even lezenswaardig. Acht eeuwen her geselden Mongoolse horden Azië en Europa. In geschiedenisboeken wordt de herinnering aan die traumatische invallen levend gehouden, maar overigens is het land der Mongolen in andere ogen dan de hunne veelal buiten beeld gebleven, op een enkele opleving na van de belangstelling voor een van de onherbergzaamste gebieden ter wereld.
Mongolië, vijftig maal zo groot als Nederland, bestaat uit eindeloze vlakten en ruige bergen, en het is er zo'n acht maanden per jaar winter, met temperaturen tot vijftig graden onder nul. De afgelopen jaren heeft het te kampen met zud, extreem strenge winters, met gruwelijke gevolgen voor het vee (dat bij miljoenen is gestorven) en voor de rest van het ecosysteem. De zud zou de doodsklap kunnen zijn voor de semi-nomadische samenleving. Nu al is de verstedelijking begonnen, zij het dat ook in de steden velen liever in een ger of yurt (vilten tent) wonen dan in een huis.
Halbertsma's verhalen, die zijn eigen belevenissen verweven met die van eerdere ontdekkingsreizigers, geven een fascinerend beeld van een volk welks praktische en morele beschaving nauw verknoopt is met gastvrijheid-in-verlatenheid. Het heeft zich in de 20ste eeuw staande gehouden, bekneld tussen Rusland en China, en het heeft maar net zijn eigen Stalin overleefd: Choibalsam.
Halbertsma bezoekt jagers die werken met afgerichte adelaren; goudzoekers die blij zijn met de efficiency van de Russische maffia ("Ze hoeven nergens in de rij te wachten. Ze zijn eigenlijk altijd aan de beurt"); een Amerikaans, gelovig echtpaar dat in het verre westen van Mongolië lesgeeft, met negen kinderen en zeven paar schoenen; woeste antropologen op zoek naar het volk der Dukha, die met hun rendieren in afzondering leven -een laatste witte plek op de kaart, net als de eenzame legerbasis waar het campagneteam van de minister-president overnacht, maar dan zonder militaire geheimen.
'Steppeland' is een zorgvuldig geschreven en uitgegeven boek dat aan het denken zet over de voor- en nadelen van modernisering en globalisering; en over de menselijke neiging zelf voor níeuwe zorgen te zorgen als aan de primaire levensbehoeften van onderdak, warmte en voedsel voldaan is; en omgekeerd, over het menselijk vermogen onder de barste omstandigheden aan cultuur te blijven doen.

 

Top


 

China Nu: Gastvrijheid zonder grenzen

2004


Wendy Jansen


Mongolië, het is een van die landen waarover mensen ‘die overal al geweest zijn’ nog fantaseren. Een land vijftig keer zo groot als Nederland, een hoofdstad die voor een groot deel uit tenten bestaat en groene steppes zo ver je kunt kijken. Voeg daarbij de tot de verbeelding sprekende geschiedenis van de Mongoolse horden die onder leiding van Genghis Khan de halve wereld onder de voet liepen om vervolgens schijnbaar in het niets te verdwijnen en de fascinatie is compleet.

Tjalling Halbertsma werkte als adviseur voor een Mongools politicus en kon vanuit die positie Mongolië van dichtbij leren kennen. Want volgens deze politicus, inmiddels minister-president van het land, is Mongolië geen land voor leunstoelreizigers, je moet het ervaren. En van deze ervaringen maakt Halbertsma ons, leunstoelreizigers, op vlot leesbare en afwisselende wijze deelgenoot. We ontmoeten een galerij aan Mongoolse types, van de rendierjager, de goudzoeker, de gemiddelde kiezer in het afgelegen district tot de Amerikaanse familie die met hun negen kinderen het geloof komen brengen in een uithoek van het land, waar eeuwen voor hen ook al Nestoriaanse christenen hun bivak opsloegen, zo blijkt weer uit de vondst van grafstenen.

Halbertsma verhaalt verder van de opmerkelijke omwentelingen in het tot voor kort communistische Mongolië. Terwijl democratisering en privatisering in grote buurlanden als Rusland en China door de wereldpers op de voet worden gevolgd, heeft Mongolië ondertussen vrijwel geruisloos het oude stalinistische systeem ingeruild voor een democratisch bestel. De praktische implicaties van zoiets als campagne voeren in zo’n uitgestrekt en dunbevolkt land wordt door Halbertsma met gezonde humor beschreven en levert een aantal fraaie schetsen op.

Een centraal thema is de ongekende gastvrijheid van de Mongolen. Iedere reiziger kan in Mongolië een ger (nomadentent) binnengaan en genieten van de gastvrijheid van de bewoners, of ze nou thuis zijn of niet. De minister-president citeert een grap van een verbaasde buitenlandse bezoeker die deze gastvrijheid van dichtbij meemaakte: ‘Ik begrijp nu pas dat Genghis Khan zich eigenlijk gewoon aan de Mongoolse gastvrijheidregels hield tijdens zijn ‘verkenningstocht’ naar het westen en dat de stedelingen daar hem simpelweg verkeerd hadden begrepen.’ Die kloof tussen de westerse stedeling en de Mongoolse nomadencultuur is in duizend jaar nog niet echt geslecht, daarvoor moet je echt een keer te gast zijn geweest op de steppe.

Steppeland is geen reisboek. Het is een karakterschets van een eeuwenoude cultuur waarin een goed ingevoerde buitenstaander een veelzijdig beeld schetst van een fascinerend land aan de leunstoelreiziger. Steppeland is een uitnodigend boek, tekenend voor de gastvrijheid van Mongolië, je krijgt zin om voor een paar maanden je .at te verruilen voor een ger !

 

Top


Prospekt: Mongoolse belevenissen

Recensie, Juni 2004

 

Nicole de Boer

 

‘Wil je marmot of paardeningewanden voor het avondeten?’ Deze vraag is een van de vele ongebruikelijke dingen die Tjalling Halbertsma tegenkomt op zijn tochten door Mongolië. Vanuit de hoofdstad Ulaanbaatar trekt hij keer op keer naar een uithoek van dit immense land om het beter te leren kennen. Door de levendige beschrijvingen, de bijzondere foto´s en de historische feiten krijg je als leunstoelreiziger een gedegen beeld van Mongolië. Hij doet hier verslag van in zijn boek Steppeland – Berichten uit Mongolië.
In 1998 leert Halbertsma op een congres in Washington een Mongoolse politicus kennen die hem voorstelt om zijn buitenlandadviseur te worden. De presidentsverkiezingen in Mongolië staan voor de deur en deze Nambar Enkhbayar is een kansrijke kandidaat. Als ‘spindokter van de Blair van de steppe’, zoals Halbertsma in de internationale pers genoemd wordt, maakt hij in 2000 het circus rond de verkiezingscampagne mee. Enkhbayar en zijn staf, aangevuld met danseresjes, een popgroep en een basketbalteam reizen het land af om met de verzamelde herders te discussiëren. Deze mensen hebben zich grote moeite getroost om de enorme afstanden af te leggen. Mannen en vrouwen nemen gedecideerd het woord over uiteenlopende zaken als het partijverleden, corruptie en de armoede na extreem koude winters, waarbij een groot deel van het vee doodvroor. De verkiezingen verlopen succesvol. Het opkomstpercentage is voor westerse begrippen ongekend hoog. Herders komen te paard in hun beste deel (een soort pij) na uren rijden hun stem uitbrengen. Enkhbayars partij heeft 72 van de 76 zetels gewonnen, hij wordt minister-president.
Reizen door Mongolië betekent uren, soms dagen rijden over onverharde wegen, de weg vragen aan toevallige passanten, wachten op een vliegtuigje dat eens in de week misschien langs komt. Extreme temperaturen doorstaan. Airag (gefermenteerde paardenmelk met een hoog alcoholpercentage) drinken als welkom. Pakken biscuits en repen chocola meenemen als geschenk voor de mensen bij wie je gastvrijheid geniet. Halbertsma beschrijft de meest uiteenlopende mensen. Hij bezoekt onder meer een adelaarsfestival, een twee dagen durende kloosterceremonie en een volk van rendierherders. De Dukha leven in Noord-Mongolië, op de grens met Siberië. Daar trekken zij door de bossen en de taiga met hun rendieren, waarvan zij voor hun voedsel, kleding en vervoer afhankelijk zijn. Zij wonen in een soort wigwams waar ze ook ´s winters in slapen als de temperaturen kunnen dalen tot min zestig graden. Van eind jaren vijftig tot begin jaren negentig waren de Dukha gedwongen om in collectieve boerderijen te leven. Hun rendieren moesten daarom hooi leren eten.
Halbertsma schetst de collectivisatie en de russificering van Mongolië (zelfs het cyrillisch schrift werd aangenomen), de vernietiging van kloosters en de vervolging van boeddhisten en lama´s door Stalins Mongoolse evenknie Choibalsan. Door het hele land staan nog beelden van Stalin en het lichaam van Choibalsan ligt nog steeds in een mausoleum in Ulaanbaatar. Er gaan stemmen op om het te verwijderen en in plaats daarvan beelden van Genghis Khan en zijn negen generaals op te richten en te vereren.
Tegenover de vrij sec gebrachte verschrikkingen uit de stalinistische tijd plaatst Halbertsma gedetailleerde observaties van bijvoorbeeld de kinderen van de Dukha, die bijzonder zelfstandig zijn en van wie de kleinsten al thee kunnen zetten en namen dragen als Zon, Maan en Poolster.
De keuze van de details en het ontbreken van commentaar maken Steppeland tot een fraai en vermakelijk boek.

Top


Wereld Omroep: Politiek in de steppe

16 september 2004


door redacteur Klaas den Tek

 

Nederlander jarenlang politieke adviseur van de voormalige Mongoolse minister-president

Hij wordt in de media ook wel de 'spindocter van de Blair van de Steppe' genoemd. Tjalling Halbertsma (1969) was jarenlang politieke adviseur van Nambar Enkhbayar, de voormalige minister-president van Mongolië. Halbertsma woont al sinds 1999 in het land van de nomaden, steppe en extreme temperaturen. En hij is van plan om nog een tijdje in het land te blijven: "Het is een heel plezierig land om in te reizen. Er is veel gastvrijheid, omdat de mensen elkaar nog nodig hebben. Je kunt op ieder moment bij iemand aankomen en daar overnachten. En de sterrenhemel is één van de mooiste ter wereld!"

In 1998, tijdens een conferentie van de Wereldbank in Washington, ontmoet Tjalling Halbertsma voor het eerst Nambar Enkhbayar, de nieuwe fractieleider van de Mongolian People's Revolutionary Party (MPRP). Enkhbayar vertegenwoordigt de jonge garde in een partij die uit oud-communisten bestaat. Met de verkiezingen van 2000 voor de deur is Enkhbayar op zoek naar een politiek adviseur, die hem op de hoogte brengt van de buitenlandse berichtgeving en buitenlandse contacten onderhoudt. Na het wegvallen van de sovjetsteun is Mongolië erg afhankelijk van de buitenwereld.

Voor Enkhbayar is Halbertsma de juiste man voor die taak. Halbertsma is op dat moment als consultant door de Chinese autoriteiten ingehuurd om contacten met organisaties als Unesco te onderhouden. Halbertsma: "Ik moest toch een tijdje over dat verzoek nadenken. De MPRP had zeventig jaar een schrikbewind gevoerd in de Volksrepubliek Mongolië. Maar aan de andere kant gaf deze communistische partij in 1990 zonder bloedvergieten de macht uit handen. Enkhbayar wordt als hervormer binnen de MPRP gezien. Hij is boeddhist en heeft beide grootouders tijdens de verschrikkingen van het MPRP-bewind verloren."


foro: Tjalling Halbertsma (rechts) met de voormalig minister-president Enkhbayar (geheel links)

 

Aanpassen
Een paar maanden voor de parlementsverkiezingen van 2000 reist Halbertsma met het campagneteam van Enkhbayar door Mongolië. Hij ontmoet de nomaden die in vilten tenten (gegs) wonen en leert de ontberingen van het enorme land kennen. Halbertsma probeert zich eerst zoveel mogelijk aan de Mongoolse gedragscodes aan te passen, maar merkt al snel dat hij beter zichzelf kan zijn. "Als Mongolen elkaar een hand geven, ondersteunen ze de elleboog. Een teken van respect, wat ik dan na ging doen. Maar dat veroorzaakte veel hilariteit, omdat ik niet precies wist hoe het moest. Nederlanders willen zich graag aanpassen in een ander land. Dat is een goede intentie, maar soms schept het meer duidelijkheid als je gewoon jezelf blijft."

Als politiek adviseur krijgt Halbertsma veel te maken met de buitenlandse pers. En die maakt het de voormalig communistische partij niet makkelijk. Halbertsma merkt dat de MPRP door de journalisten erg agressief wordt benaderd: "Die gingen er zeker van uit dat die partij nog steeds dezelfde was als tijdens de Volksrepubliek. En dat terwijl de MPRP juist een hele verandering had ondergaan. Bovendien is het voor 1990 niet alleen maar kommer en kwel geweest. Het socialisme heeft ervoor gezorgd dat zo'n 98 procent van de Mongolen kan lezen en schrijven. Mongolen zijn ondanks de enorme afstanden goed geïnformeerd en geschoold." De verkiezingen van 2000 worden uiteindelijk een groot succes voor de MPRP. De partij weet 72 van de 76 zetels binnen te halen. Enkhbayar wordt de nieuwe premier.

 

Democratisch proces
Mongolië is al weer veertien jaar een democratie. Maar hoe moeilijk het democratische proces verloopt, blijkt wel uit de parlementsverkiezingen van 2004. De twee grootste partijen wisten geen absolute meerderheid te behalen en beschuldigden elkaar van fraude. Inmiddels is er in Mongolië een regering gevormd waaraan alle partijen deelnemen. Een oppositie is er niet meer. Volgens Halbertsma blijkt uit het verloop van de verkiezingen dat Mongolië er nog lang niet is. "De verkiezingen zijn erg chaotisch verlopen. Partijen hebben zetels opgeëist waar zij geen recht op hadden. Mongolië werkt nu met een districtenstelsel. Met fraude kan een partij de meerderheid in een district krijgen en alle zetels van dat gebied opeisen. Hierdoor kan makkelijk een patstelling ontstaan."


De afgelopen veertien jaar is er veel veranderd in Mongolië. Halbertsma: "Aan de ene kant kent Mongolië een grotere vrijheid van meningsuiting dan de buurlanden Rusland en China. De democratische vrijheden draagt men hoog in het vaandel. Maar aan de andere kant is er sprake van corruptie en is de armoede de laatste jaren erg gegroeid. Ik vind het schrijnend als ik families tegenkom die op straat moeten leven. Er is nog steeds een hoop te doen." Inmiddels heeft Halbertsma zijn contract bij de MPRP verlengd. Volgend jaar zijn er in Mongolië presidentiële verkiezingen, waar ook Enkhbayar aan meedoet. Halbertsma zal dan opnieuw als zijn adviseur optreden.

 

In 2003 verscheen van Tjalling Halbertsma het boek 'Steppeland. Berichten uit Mongolië', ISBN: 9064103836.

Top


Foundation for the Production and Translation of Dutch Literature

 

The Foundation subsidises translations of the works it selects, for further details see www.nlpvf.nl

 

Tjalling Halbertsma
Steppe Country
STEPPELAND
Notes from Mongolia


Mongolia: a place you either love or detest. Anthropologist and cultural explorer Tjalling Halbertsma loves this ancient country with its eventful history and remarkable inhabitants, and has committed his fascination for it to paper in a heartfelt declaration of that love: Steppe Country.
Mongolia is three times the size of France, but has only 2.6 million inhabitants. Under the heirs of Genghis Khan, this vast expanse was the seat of the greatest empire the world has ever known. Mongolia is hard to get to, hard to travel through and, for spoiled Westerners, the winters with their Siberian temperatures are hard to live through. Yet it is also one of the most fascinating travel destinations imaginable.
During the past four years, Halbertsma served as personal adviser to the prime minister of Mongolia. That enabled him to visit the most remote corners of the country, and meet some very unique characters: the country’s supreme Buddhist cleric, a gold seeker, a Mafia-style smuggler, a marmot hunter, General Kosmos (Mongolia’s only astronaut), and the hardy nomads of the minuscule Reindeer People, the Dukha, whose existence depends entirely on the fate of that one particular species. Halbertsma also takes us out hunting with a falconer and his eagle, and spends a bizarre night with a cheerful and penniless former NASA scientist, whose preaching of God’s word has failed to take root in Mongolia’s stony soil.
On the immense steppes of the Gobi, Halbertsma becomes acquainted with the nomads’ hospitality, customs and hardships. Their ger (felt tents) are always open to those in need of food or a place to sleep. But as Mongolia becomes integrated into the global market, their traditional herding society seems doomed to extinction. Steppe Country is therefore also an homage to an ancient society that may soon disappear entirely.

 

QUOTES

Steppe Country is a carefully written and beautifully illustrated book, one which makes the reader pause to think about the advantages and disadvantages of modernisation and globalisation, about the human tendency to create new cares once primary needs such as shelter, warmth and food have been met, and, conversely, about the human ability to pursue cultural activities under even the most hostile conditions.

Trouw

Steppe Country gives us a Mongolia that all those who would like to escape from mental compartmentalisation and rules, from predictability and routine, will feel like leaving for tomorrow.
NRC Handelsblad

Top