recensies: sprong naar het westen

 

 

klik hier voor grotere versie

Foundation for the Production and Translation of Dutch Literature

 

The Foundation subsidises translations of the works it selects, for further details see www.nlpvf.nl

 

 

Leap to the West (Sprong naar het Westen)
On the desert trail of the Chinese discoverer of Europe

 

Tjalling Halbertsma

 

The idea that Europe was ‘discovered’ by a Chinese man sounds so strange to our Eurocentric ears that we instinctively disbelieve it. Yet it is true, and we have cultural explorer and anthropologist Tjalling Halbertsma to thank for unearthing this deeply buried story.

The West had Marco Polo to discover the East and the East had Rabban Sauma, a Nestorian monk. But unlike Polo’s The Description of the World, Sauma’s 725-year-old account is uncontested, with scholars agreeing that the journey of the ‘Chinese discoverer of Europe’, undertaken at the same time as Marco Polo’s arrival in Asia, really did take place.

Halbertsma throws new light on Sauma’s ancient account, now buried in the vaults of the British Museum in London. He stumbled across Sauma’s legacy more than once while writing an earlier book, The Lost Lotus Crosses, a remarkable history of the Nestorians (early Christians) of China and Mongolia. InLeap to the West he follows the desert trail of a man who felt compelled to set off for the Promised Land and ended up in Europe.

Halbertsma covers the 7,000 kilometres from Beijing, formerly Khan Balek, to Kashgar in the far west of China like a modern pilgrim, searching for traces of Sauma and his travelling companion Mar Markos. Like Sauma, Halbertsma is repeatedly mocked by fate. For the time being his leap westwards will take him no further than the western border of China, where the conflict in Iraq forces him to retrace his steps.

As he travels through China, Halbertsma describes relics of a faded past as well as the far-reaching, sometimes tempestuous changes taking place today in the immense interior of the country. Western China is a repressed and therefore little visited region, but this does not deter Halbertsma, as he lurches and rattles along in his unreliable Beijing Jeep, exploring a virtually forgotten part of the world. He stops to investigate grave-robbers in Mongolia, a mausoleum for Genghis Khan, some possible descendants of Roman prisoners of war, an oil town in the middle of the Taklamakan desert and much more besides.

Throughout his account of his own journey into the world of Sauma and Markos, Halbertsma provides revealing images of continuing Chinese oppression of Mongols and Uighurs, along with marvellous descriptions of two Asians’ historic exploration of the unknown West.

 

Quotes

The press on Steppe Country:
Halbertsma paints a picture of a Mongolia that will tempt anyone wanting to escape petty rules and constraints, predictability and routine, to move there immediately. Steppe Country describes a society on the verge of extinction.

De Volkskrant

Biography
Tjalling Halbertsma is a lawyer and anthropologist who divides his time between Mongolia and China. From 2000 to 2004 he was an adviser to the Mongolian premier and in 2005 he acted as consultant to the successful election campaign by the current President of Mongolia. His previous books include The Lost Lotus Crosses (2002) and Steppe Country (2003), and his travel stories and photographs have appeared in The South China Morning Post, Asian Art and elsewhere.

 

Publishing details
Sprong naar het Westen. In het woestijnspoor van de Chinese ontdekker van Europa (2005)
208 pp.
45,000 words

 

Rights
Hollandia
Wilhelminapark 6
2012 KA Haarlem
TEL. +31 23 541 11 90
FAX +31 23 5274404
E-mail: info@gottmer.nl
Website: http://www.hollandia-boeken.nl

Top


Internationale Samenwerking

November, 2005

 

Sprong naar het Westen

De monnik Rabban Sauma was de tegenhanger van Marco Polo. De laatste trok van West naar Oost. Sauma reisde in tegengestelde richting: van Beijign naar Rome en Bordeaux.

Tjalling Halbertsma reconstrueert nu het leven van de dertiende eeuwse Sauma. Hij doet diens reis nog eens over en trekt zesduizend kilometre westwards, waar de oorlog in Irak hem belet om verder te reizen.
‘Sprong naar het Westen’ is echter meer dan een reisverhaal. Halbertsma is vooral benieuwd naar de verschillen tussen het ‘oude’ en het ‘nieuwe’ Oosten.

 

Sprong naar het Westen, in het woestijnspoor van de Chinese ontdekker van Europa, 14, 90, Hollandia boeken

ISBN 9064104123

Top


Trouw; Zielloze steden in een zee van land
Boeken, 11 Februari 2005

 

Jaap de Berg

Tjalling Halbertsma: Sprong naar het Westen. Hollandia, Haarlem. Met
foto's van Ulrike Herald. ISBN 9064104123; 207 blz., e 14,90.

 

In dezelfde dertiende eeuw waarin de Europeaan Marco Polo China ontdekte, ontdekte een inwoner van China Europa. Vanuit wat nu Peking is, wilde Rabban Sauma, een nestonaanse monnik, naar Jeruzalem pelgrimeren. Hij belandde uiteindelijk in Rome en Parijs. Het eerste deel van die wereldreis inspireerde Tjalling Halbertsma, regeringsadviseur in Mongolië, tot na-volging. In een geleende jeep trok hij van Peking naar Kashgar bij de Chinees-Afghaanse grens: een
kleine 7000 kilometer. 'Sprong naar het Westen' bevat een meeslepend verslag, met veel decorschildering, van zijn belevenissen, deels eerder in Trouw verhaald. Rabban Sauma's wederwaardigheden en andere historische - ook archeologische - informatie zijn er vaardig in vervlochten. Meer dan fragmentarische indrukken van China biedt Halbertsma uiteraard niet, maar ze zijn wel verhelderend. Zo illustreert hij met Zielloze steden in een zee van land treffende voorbeelden hoe de Chinese overheid probeert minderheden onder de duim te houden en de overbevolking in Oost-China te verminderen door met regionale tradities en leefgewoonten af te rekenen en Han-Chinezen en masse westwaarts te verkassen. Midden in een zee van boerenland ziet hij voor hen zielloze steden verrijzen. Hij beleeft mee hoe herders in Binnen-Mongolie, slachtoffers van uitputting van de Gele Rivier, van hun steppen worden verdreven. En hij is er getuige van hoe de regering de toch al traditionele verchi-nezing van islam en christendom nog bevordert om
ze van buitenlandse bronnen te vervreemden.

 

Halbertsma's godsdiensthistori-sche interesse voert hem, onder veel meer, van een katholiek kerkje naast een St. Paul Discobar naar een moskee met een vrouwelijke imam, lang niet de enige in China. De reis eindigt te midden van de onderdrukte islamitische Oeigoeren. Voor ambtenaren onder hen heeft de overheid een recept waar Wilders & Co nog op moeten komen: bij meer dan twee moskeebezoeken per jaar volgt een salariskorting.

 

Sprong naar het Westen, in het woestijnspoor van de Chinese ontdekker van Europa, 14, 90, Hollandia boeken

ISBN 9064104123

Top


Nederlands Dagblad; De Stralende Religie van Ye Su

 

Hilbrand Rozema

 

Tjalling Halbertsma zoekt naar sporen van China's vroegste christenen. Hij fotografeert hun grafstenen versierd met kruisen, die opkomen uit boeddhistische motieven: lotusbloemen, wolken, vlammen en draken. De heilige teksten van de Stralende Religie getuigen van de zoon Ye Su, van de Mi Shi He (Messias) en Mo Yan (Maria). De vondsten die hij deed, zijn van onschatbare waarde voor de kennis van China's vroegste kerkgeschiedenis. En wie ontdekten China? Waarschijnlijk een troepje Romeinse soldaten uit Noord-Europa, 2042 jaar geleden. Dit zorgt tot op heden voor blonde Chinese kindjes.

De Perzische monnik Aluoben meldde zich in 635 na Christus bij de Poort naar het Westen. Hij werd naar het hof van de Chinese keizer van de Tang-dynastie gebracht. Aluoben was een volgeling van de nestorianen. Deze kerk ontstond in 431 na het concilie van Efeze. De Syrische bisschop Nestorius verdedigde destijds de twee naturen van Christus (zowel God als mens) tegen Cyrillus, die bepleitte dat Hij vooral een goddelijke natuur had.

De kerk die in China ontsproot aan Aluobens missie, verdween in de negende eeuw. Om China veel later nog een keer te heroveren. Dat gebeurde samen met de militairen van de Mongoolse khan, China's noordelijke buurman.

Net toen de Kerk van het Oosten, eeuwen daarna, alsnog ten onder ging, werd Europa in 1287 ontdekt door een Chinese christen die veel bekijks trok. Deze man, Rabban Sauma, had er een reis van tien jaar opzitten - deels te voet. Zijn bezoek is daarna vergeten, maar dit was een van de meest markante ontmoetingen tussen Oost en West aller tijden. Hij bezocht de belangrijkste steden en vorstenhuizen van Europa en debatteerde over zijn geloof. Toen men hem vroeg naar de aard van de Heilige Drie-eenheid, antwoordde hij dat God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest had veroorzaakt 'zoals de zon licht en warmte veroorzaakt, terwijl warmte niet de oorzaak is van licht'.

,,Het was een antwoord dat zowel een christen van de Kerk van het Oosten als een daoïst zou hebben begrepen'', aldus Halbertsma (daoïsme en confucianisme zijn de inheemse religies van China).

Verdwenen
Het verhaal van China's Kerk van het Oosten is het verhaal van een sterk zendingsbewuste kerk, die echter te ver is gegaan in aanpassing. Dat houdt een spiegel voor. Zoals China's levensader, de Gele Rivier, door verdroging vandaag driekwart van het jaar de zee niet meer bereikt, zo is de nestoriaanse kerk in het zand verdwenen. Grafrovers, veelal arme boeren, wissen momenteel de laatste sporen uit.

,,In tien jaar tijd heb ik zestig tot zeventig procent van de laatste resten zien verdwijnen'', zegt Halbertsma berustend. Hij combineert de reizen met studie aan de faculteit sinologie in Leiden en is werkzaam als juridisch adviseur van de president van Mongolië. Hij woont in de Mongoolse hoofdstad Ulaanbataar. ,,De speurtochten doe ik in mijn vakanties.''

Het verhaal van monnik Aluobens aankomst in China - hij kwam uit Bagdad, hoofdzetel van de nestorianen - is in een steen gebeiteld. Deze 'stele van Da Qin' anderhalve eeuw na het jaar 635 beschreven, bestaat nog steeds. Het is een van de belangrijkste erfstukken van deze kerk. ,,Deze ene steen bepaalt vrijwel ons hele beeld van die eerste christenen.'' In negentienhonderd karakters beschrijft de monnik Jingjing (Adam) hun aankomst.

Onsterfelijk
,,Daoïstische, confucianistische en boeddhistische beelden worden gebruikt om het vroege christendom in China uit te leggen.'' Een nieuwe religie was prima, maar alleen in begrippen die in China begrijpelijk en acceptabel waren. Vlak voor de monnik Aluoben, waren de volgelingen van Mani, Mohammed en Zarathoestra (de Perzische vuuraanbidders) al geweest. De keizers probeerden de orde te handhaven tegenover al deze buitenlanders.

Dat merkte de monnik Jingjing terdege, toen hij in 786 een boeddhistische tekst in het Chinees vertaalde. Hij werkte toen samen met een boeddhistische monnik. Dit nu vond de keizer te verwarrend. De heerser bestudeerde hun arbeid, en reageerde streng: de leer was obscuur en de stijl van de tekst onverschillig. 'Omdat een boeddhistisch klooster en een kerk van Da Qin verschillende gewoonten hebben en volkomen tegenovergestelde gebruiken kennen, moet Jingjing de leer van de Mi Shi He (Messias) prediken en de boeddhistische monnik de soetra's van de Boeddha. Wij wensen religies te hebben die duidelijk omschreven zijn, zodat men niet in onzekerheden verkeert. Waarheid en dwaling zijn niet hetzelfde; de Jing- en de Wei-rivier zijn niet gelijk.'

,,Eigenlijk is China nooit echt veranderd'', zegt Halbertsma. ,,Je komt er nog steeds niet in als je niet via de hoogste top toestemming krijgt. De formulieren die je als buitenlander moet invullen, stammen ook rechtstreeks uit de voor-communistische tijd.''

Het gebruiken van inheemse beelden verrijkte de vroege kerk. In klassiek China duiden zowel perziken als jade op onsterfelijkheid. Vroege christenen noemden hun Messias, Mi Shi He, ook wel 'Hij met het Jaden Gezicht'. Het doet denken aan Paulus' adagium: de Joden een Jood, de Grieken een Griek, en ook aan Paulus' preek over de onbekende God. Het gaf de nieuwkomers op een drukke religiemarkt dynamiek en slagkracht. Maar het droeg ook bij tot de ondergang.

,,Bekeerde de Kerk van het Oosten haar Chinese volgelingen - of was het het klassieke China dat de Stralende Religie bekeerde? Het was een dilemma waar alle buitenlandse religies in China mee worstelden, en aan dit gevaar wist slechts een klein aantal te ontsnappen.''

De nestorianen waren daar dus niet bij. Er zou nog wel een opbloei komen, onder de militaire vleugels van de Mongoolse khans. Maar toen deze Mongoolse beschermheren op hun beurt werden verslagen, sneuvelde het christendom met hen.

Woestijnkathedraal
Europa zelf, roept Halbertsma in herinnering, is in het jaar 1241 raadselachtig ontsnapt aan een bloedbad, toen de paarden van de Mongoolse generaal Batu plots werden gekeerd: de khan was gestorven, en er moest een nieuwe worden gekozen. Zo is Europa op het nippertje behoed voor verovering door de Mongolen.

De Franse koning Louis IX droomde, net als vele collega's, van een mythische christelijke bondgenoot in het oosten. Hij stuurde er in 1253 de (uiteraard rooms-katholieke) Vlaming Willem van Ruysbroeck op af om het uit te zoeken. De Vlaming reisde naar de Mongoolse hoofdstad Karakoram. Hij gaf lucht aan de minachting, die hij voelde voor die onduidelijke oosterse christenen, dat rare kerkje, dat al achthonderd jaar kwijt was. Wel las hij, half mopperend, voor deze afgedwaalde broeders de mis - in een kerkje dat bestond uit een nomadentent op een wagen met een kruis erop. Een andere rooms-katholieke missionaris wist een koning van de Ongot, een nu uitgestorven West-Chinees steppevolk, te ontfutselen aan de gehate nestorianen.

Koning George werd katholiek en uit dankbaarheid bouwde hij een enorme kathedraal, met veel stralend blauw glazuur. Het grondplan en de onderste stukken muur zijn in de Karakoram-woestijn teruggevonden. Halbertsma redde enkele kostbare blauwe scherfjes. Direct na koning Georges dood legde Rome het trouwens weer af tegen de Stralende Religie.

,,De prijs voor toegang tot China de eeuwen door, was de grote afhankelijkheid van de heersers van de dag. In China en Mongolië was de christelijke strategie: heb je de keizer, dan heb je het volk. De openheid voor het christendom onder de Mongoolse khans, die het grootste rijk stichtten dat de wereld ooit zag, had in een andere periode niet gekund. De moeder van Kubilai Khan was christin, nestoriaans. De Kerk van het Oosten werd destijds wel een religie voor vrouwen genoemd.''

Halbertsma gaat onverdroten door met zoeken. Er is nog veel te ontdekken. ,,Er zou al tijdens de Han-dynastie, in 200 na Christus, een christelijke vestiging geweest zijn aan China's oostkust. Er zijn schaarse vondsten van.''

Huurlingen
Dat waren dan nog niet de eerste westerlingen. In zijn jongste boek, Sprong naar het Westen (Uitg. Hollandia), over Rabban Sauma's ontdekking van Europa in het jaar 1287, kruist Halbertsma het spoor van enkele tientallen Romeinse soldaten.

Dit is een ongelooflijk, waargebeurd verhaal. De Romeinse generaal Crassus had in 54 voor Christus een garnizoen van veertigduizend huurlingen naar Centraal-Azië gestuurd om daar het koninkrijk van de Parthen in te nemen. In de slag van Carrhae verloren de Romeinen. De overlevenden vluchtten naar het oosten. Ze werden slaaf en moesten zich verhuren aan vreemde koningen. Zo kwam het, dat de Chinezen achttien jaar later, tijdens een veldslag, ineens een troepje Romeinen tegenover zich vonden, die onder hun schilden schuilden als onder de schubben van een vis en hun speren er tussenuit staken.

DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat de helft van de mensen in het dorpje Liqian, anno 2006, rechtstreeks verwant is met de 145 Romeinse krijgsgevangenen die de Chinezen hebben gemaakt in het jaar 36 voor Christus. In antieke graven bij het dorpje werd blond en rood haar aangetroffen. Het waren dus, waarschijnlijk, Noord-Europeaanse huurlingen.

Tot op de dag van vandaag verven de dorpelingen van Liqian die zichzelf te blond vinden, hun haar zwart. En sommige schoolkinderen hebben er on-Chinees, springerig krullend haar. De Perzische Aluoben kwam dus zeshonderd jaar te laat, en de Italiaanse Marco Polo dertienhonderd jaar, om China voor het eerst te ontdekken. Tenzij je ervan uitgaat dat voor een ontdekking een veilige terugtocht nodig is. China combineert kennelijk een geheugen als een ijzeren pot met een enorm absorptie- en veranderingsvermogen voor alles wat vreemd is. Ook de geschiedenis van de Kerk van het Oosten getuigt hiervan.

Top