| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
Een bestaand land
Nicole de Boer
Eind augustus van dit jaar werden uit het mausoleum op het centrale plein in
Ulaanbaatar de lichamen van Sukhbaatar and Choibalsan verwijderd. Tijdens een
door boeddhistische monniken geleid ritueel werden ze gecremeerd. Het mausoleum
wordt nu afgebroken, om plaats te maken voor een beeldengroep van Genghis Khan
en zijn generaals. Sukhbataar (1893-1923) stond aan de wieg van de onafhankelijke
Mongoolse Volksrepubliek, Choibalsan (1895-1952) was dikke maatjes met Stalin.
Hiermee lijkt Mongolië definitief afstand te nemen van het communistische
verleden.
De gebeurtenis is aan de rest van de wereld voorbijgegaan. Mongolië is
nou eenmaal geen hot news. Het aantal Nederlandstalige publicaties over Mongolië
is gering. Welkom is daarom het zojuist verschenen deel “Mongolië”
uit de Landenreeks van het Tropeninstituut. Ieder jaar verschijnen zeven boekjes
over niet-westerse landen, waarin telkens geschiedenis, samenleving, economie,
cultuur en milieu van het betreffende land worden beschreven. Achterin zit een
uitklapbare landkaart, die je naast de tekst kunt houden. De schrijver is steeds
een insider uit Nederland. Tjalling Halbertsma woont al meer dan vijf jaar in
Ulaanbaatar en werkt als adviseur van president Nambar Enkhbayar. In die hoedanigheid
kreeg hij de kans alle uithoeken van het land te bezoeken en de bevolking goed
te leren kennen.
Hij vertelt dat je een Mongoliër niet erger kunt beledigen dan hem voor
Chinees uit te maken. De zuiderburen zijn uiterst onpopulair in Mongolië
omdat China het land bijna drie eeuwen regeerde. Bij bevolking en overheid leeft
nog steeds een groot wantrouwen tegenover China. Mongolië is een groot
land is met een kleine bevolking, terwijl China uit z’n voegen barst.
In Mongolië wonen 2,6 miljoen mensen, in de ongeveer even grote Chinese
provincie Binnen-Mongolië 22 miljoen (onder wie 2 miljoen Mongolen). Jegens
Rusland, die andere grote buur, koestert Mongolië opvallend weinig rancune.
Bijna zeventig jaar lang werd het land door Moskou gedomineerd, maar het behield
zijn onafhankelijkheid. In 2002, ruim tien jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie
en het einde van de alleenheerschappij van de Mongoolse communistische partij,
werd de schuld die Mongolië had aan Rusland voor het overgrote deel kwijtgescholden.
De communistische indoctrinatie heeft grote, negatieve gevolgen gehad voor de
Mongoolse samenleving. Aan de andere kant garandeerde de Sovjet-bemoeienis alfabetisering,
gezondheidszorg en afzetmarkt. De politieke veranderingen en vrijheden zijn
sinds begin jaren ’90 enorm, maar problemen als corruptie, alcoholisme,
werkloosheid en vooral armoede namen ook enorm toe. Eenderde van de bevolking
leeft onder de armoedegrens en tien procent werkt in het buitenland. Herders,
wier vee tijdens extreem koude winters is doodgevroren, wonen in hun ger-tenten
aan de rand van Ulaanbaatar en hebben nauwelijks perspectieven. De democratie
is er gekomen, maar de welvaart laat op zich wachten. Toch staat het merendeel
van de bevolking achter de hervormingen, blijkt uit opiniepeilingen. Men koestert
de religieuze vrijheid, persvrijheid en vrijheid van meningsuiting en bouwt
actief aan een civil society. Mongolië telt tegenwoordig zelfs het hoogste
aantal geregistreerde ngo’s per hoofd van de bevolking ter wereld. Het
land krijgt steun en advies van diverse landen en internationale organisaties
als de Wereldbank om zich te ontwikkelen en om de armoede te bestrijden. Deze
donorsteun is grotendeels afhankelijk van het democratisch gehalte van de Mongoolse
politiek. Daarom is het van belang dat de democratie overeind blijft.
Eén van de grootste milieuproblemen in Mongolië is het verstuiven
van de steppe. Begin 2005 presenteerde de overheid daarom het plan om een “groene
muur” aan te leggen. Een haag van miljoenen bomen moet worden gepland
om het oprukken van woestijngebieden in noordelijke richting tegen te gaan (de
Gobi-woestijn in het zuiden beslaat een derde deel van Mongolië). Halbertsma
merkt op dat dit in schril contrast staat met de enorme commerciële, maar
ook individuele houtkap, die er in het land plaatsvindt.
In het boek wordt vaak onder aan de pagina in een soort ‘onderkrant’
een gerelateerd onderwerp behandeld, meestal in anekdote-vorm. Bij een stuk
over sport in Mongolië staat dat er bij zestien graden onder nul een kwalificatiewedstrijd
werd gespeeld voor het WK voetbal van 2006. Het gastteam was afkomstig uit de
Malediven, van wie de meeste spelers nog nooit sneeuw hadden gezien. Bovendien
ligt hun eiland op zeeniveau, deze wedstrijd werd gespeeld op 1300 meter hoogte.
Desondanks wonnen ze.
“Als de wereld niet weet dat Mongolië bestaat, is het land er dan
wel?” vroeg Enkhyabar zich ooit hardop af voor een internationaal publiek.
Door de feiten en fraaie foto’s in dit compacte, gedegen en evengoed leesbare
boekje zou je het haast gaan geloven.